**1.** Het is aan de voorzitter en de leden verboden buiten de zitting:
hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen bekend te maken;
de gevoelens te openbaren, welke in raadkamer over aanhangige zaken zijn geuit;
over een voor hen aanhangige zaak of een zaak, die naar zij weten, zouden kunnen weten of vermoeden voor hen aanhangig zal worden, zich uit te laten in enig onderhoud of gesprek met de betrokken aangeslotene of zijn raadsman of van deze enige bijzondere inlichting of schriftelijk stuk aan te nemen.
**2.** De in het eerste lid omschreven verbodsbepalingen gelden mede voor de secretaris en de adjunct-secretaris, voor zover de aard van hun werkzaamheden niet anders vordert.
**3.** De geheimhoudingsplicht geldt ook na beëindiging van de functie.
Paragraaf
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Reglement op de Tuchtrechtspraak· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 januari 1993