Hij, die een voorwerp waarvan hij redelijkerwijs kan vermoeden dat daarin met inbreuk op de rechten als bedoeld in de artikelen 2, 6, 7a en 8 van deze wet een opname van een uitvoering, fonogram, eerste vastlegging van een film of een opname van een programma, of een reproductie daarvan, is vervat,
openlijk ter verspreiding aanbiedt,
ter reproductie of ter verspreiding voorhanden heeft,
invoert, doorvoert of uitvoert of
bewaart uit winstbejag,
wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
Hoofdstuk 4
Artikel 24
Artikel 24
Onderdeel van Wet op de naburige rechten· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 26 maart 2008