Naar hoofdinhoud

§ 4

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Onze Minister stelt de eigenaar van het zeeschip, de rompbevrachter en de bevoegde autoriteit van het land, waar het schip buiten Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten teboekstaat, onverwijld in kennis van elke inschrijving van een zeeschip in het openbaar rompbevrachtingsregister, van elke wijziging of aanvulling van ingeschreven gegevens, alsmede van een beslissing tot doorhaling van de inschrijving. 2. Onze Minister stelt de Hoofdbewaarder der Scheepsbewijzen in het Europese deel van Nederland, de Bewaarder der Scheepsbewijzen in Aruba of de Bewaarder van het openbaar register onverwijld in kennis van een inschrijving in het openbaar rompbevrachtingsregister, van elke wijziging of aanvulling van ingeschreven gegevens, alsmede van een beslissing tot doorhaling van de inschrijving van een zeeschip dat teboekstaat in het Europese deel van Nederland, in Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten. 3. De kennisgeving van een beslissing tot doorhaling als bedoeld in het eerste en tweede lid geschiedt ten minste veertien dagen vóór de dagtekening van de doorhaling. Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel