**1.** Bij aankoop of aanbouw van een zeeschip buiten Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten kan door of namens Onze Minister in naam van de Koning voor dat zeeschip een voorlopige zeebrief worden uitgereikt, indien is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 2, tweede lid, nadat de eigendom naar het oordeel van Onze Minister op voldoende wijze is aangetoond.
**2.** De voorlopige zeebrief vermeldt de naam van het zeeschip, de inhoud van het zeeschip naar de meting van het land, waar het is aangekocht of gebouwd, de soort en andere kenmerken van het zeeschip en de naam van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, de rederij of de vennootschap aan wie of aan welke het schip toebehoort. De zeebrief is geldig voor de daarin vermelde termijn, met dien verstande dat deze termijn niet langer kan zijn dan zes maanden na de dagtekening van de voorlopige zeebrief.
**3.** Een voorlopige zeebrief, bedoeld in het eerste lid, kan ook worden afgegeven voor zeeschepen die in het openbaar rompbevrachtingsregister zijn ingeschreven.
**4.** Bij aankomst in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt de voorlopige zeebrief bij de inklaring door de daarmede belaste ambtenaren ingehouden.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
§ 6
Artikel 20
Artikel 20
Onderdeel van Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010