Naar hoofdinhoud

§ 12

Artikel 32

Artikel 32

Onderdeel van Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 15 maart 1994

1. De kapitein van een zeeschip, waarvoor krachtens dit besluit een zeebrief of een vergunning tot het voeren van de Nederlandse vlag is afgegeven, is verplicht, wanneer het schip een vreemde haven binnenvaart, aan de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger, onder wiens ressort de desbetreffende haven valt, desgevraagd de zeebrief of de vergunning te tonen. Deze vertegenwoordiger tekent daarna de zeebrief of de vergunning af. 2. Ongeldige zeebrieven worden door de diplomatieke of de consulaire ambtenaar ingehouden, tenzij kan worden aangetoond dat een nieuwe zeebrief of vergunning is aangevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel