Indien er bedongen is dat een der beheerders niets buiten den anderen zoude mogen verrigten, vermag de eene, zonder eene nieuwe overeenkomst, niet te handelen zonder medewerking van den anderen, al mogt deze zich ook voor het oogenblik in de onmogelijkheid bevinden om aan de daden van het beheer deel te nemen.
Boek 7a › titel Negende › afdeeling Tweede
Artikel 1675
Artikel 1675
Onderdeel van Burgerlijk Wetboek Boek 7A· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 1 september 1993