1. 1. De ambtenaar aan wie RVU-ontslag is verleend, heeft vanaf de datum van ontslag aanspraak op de RVU-uitkering.
  2. 2. De ambtenaar heeft recht op de RVU-uitkering ter hoogte van het bedrag per maand, bedoeld in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
  3. 3. Bij een deeltijdaanstelling wordt de RVU-uitkering vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige aanstelling.
  4. 4. De RVU-uitkering wordt gedurende de looptijd van de uitkering aangepast overeenkomstig wijzigingen van het in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 genoemde bedrag.
  5. 5. De RVU-uitkering eindigt met ingang van de dag:
    • - a. waarop de ambtenaar weer in dienst treedt bij het ministerie van Defensie, of;
    • - b. waarop de ambtenaar diens geldende pensioengerechtigde leeftijd bereikt, of;
    • - c. volgende op de dag waarop de ambtenaar overlijdt.