**1.** Het instellingsbestuur van een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de wet wendt middelen verkregen ten laste van de rijksbegroting of anderszins uit hoofde van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen verkregen middelen, alsmede de opbrengsten daarvan, waarover hij de beschikking heeft gekregen om de activiteiten in Nederland, bedoeld in artikel 1.3 van de wet, te financieren, niet aan voor de kosten van een opleiding in het buitenland of van de voorbereiding op het verzorgen van die opleiding en het indienen van de desbetreffende aanvraag, bedoeld in artikel 6.9.
**2.** Het instellingsbestuur voert in voorkomend geval een afzonderlijke boekhouding voor de activiteiten betreffende de opleiding in het buitenland enerzijds en de activiteiten, bedoeld in artikel 1.3 van de wet, anderzijds. De afzonderlijke boekhouding is zodanig ingericht dat de registratie van de lasten en baten van de verschillende activiteiten gescheiden zijn.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld met betrekking tot de financiële verantwoording.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A,
voor zover het de daarin opgenomen artikelen 1.19 en 1.19a betreft,
van de Wijzigingswet Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek (bevordering internationalisering hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek) (Stb. 2017, 306) in werking treedt.
Hoofdstuk 6b
Artikel 6.8
Voorschriften besteding en verantwoording
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit WHW 2008· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2018