In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
Spoorwegpensioenwet: Spoorwegpensioenwet zoals deze luidde op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet;
Spoorwegpensioenfonds: het Spoorwegpensioenfonds, bedoeld in artikel L 1 van de Spoorwegpensioenwet;
directie: directie, bedoeld in artikel L 1 van de Spoorwegpensioenwet;
Raad van toezicht: Raad van toezicht, bedoeld in artikel L 2 van de Spoorwegpensioenwet;
deelgenoot: deelgenoot, bedoeld in artikel B 1 en artikel B 2 van de Spoorwegpensioenwet;
gewezen deelgenoot: gewezen deelgenoot, bedoeld in artikel A 1, onderdeel g, van de Spoorwegpensioenwet;
N.S.: de N.V. Nederlandse Spoorwegen;
Stichting Spoorwegpensioenfonds: de door de N.S. opgerichte instelling, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Pensioen- en Spaarfondsenwet.
Hoofdstuk I
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1994