Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Wet privatisering Spoorwegpensioenfonds· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 17 februari 1999

1. Het bestuur van de Stichting Spoorwegpensioenfonds doet van alle vermogensbestanddelen die aan dat fonds worden toegerekend op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet, een verklaring opstellen door de accountant, bedoeld in artikel L 6 van de Spoorwegpensioenwet en de wiskundig adviseur, bedoeld in artikel L 12 van de Spoorwegpensioenwet, in overleg met een door Onze Minister aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede een door Onze Minister aangewezen actuaris. 2. De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt door het bestuur van de Stichting Spoorwegpensioenfonds neergelegd ten kantore van het handelsregister waar hij volgens de statuten zijn zetel heeft. 3. De waardering van de in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen geschiedt volgens de door het bestuur van het Spoorwegpensioenfonds vast te stellen regels, die de goedkeuring van Onze Minister behoeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel