**1.** Bij constatering van het feit dat voor een motorrijtuig ten onrechte geen aanvullende aangifte is gedaan, kan de te weinig geheven belasting worden nageheven.
**2.** De na te heffen belasting wordt berekend over een tijdsduur van vier aaneensluitende tijdvakken van drie maanden met als laatste tijdvak dat waarin het in het eerste lid bedoelde feit wordt geconstateerd.
**3.** Indien blijkt dat:
het motorrijtuig over een gedeelte van de tijdsduur van de vier tijdvakken niet op naam heeft gestaan van degene die het motorrijtuig houdt;
voor het motorrijtuig over een gedeelte van de tijdsduur van de vier tijdvakken een schorsing als bedoeld in artikel 19 van toepassing is geweest; of
de verandering aan het motorrijtuig over een gedeelte van de tijdsduur van de vier tijdvakken niet was aangebracht, wordt over dat gedeelte de belasting niet nageheven.
**4.** Voor de toepassing van dit artikel wordt een maand gesteld op dertig dagen.
Hoofdstuk V
Artikel 33
Artikel 33
Onderdeel van Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024