**1.** Onverminderd artikel 30e, tweede lid, wordt de volgens artikel 17 vastgestelde aanspraak op vakantie, afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt, verhoogd overeenkomstig de hierna volgende tabel:
leeftijd
verhoging
van 45 tot en met 49 jaar
7,2 uren
van 50 tot en met 54 jaar
14,4 uren
van 55 tot en met 59 jaar
21,6 uren
60 jaar en ouder
28,8 uren
**2.** De ambtenaar wiens arbeidstijd met toepassing van artikel 13a is verminderd, heeft aanspraak op een verhoging als bedoeld in het eerste lid, naar de mate waarin zijn arbeidstijd met een lager percentage is verminderd dan het bij zijn leeftijd behorende percentage, genoemd in artikel 13a, eerste lid.
**3.** De ingevolge het tweede lid tot stand gekomen verhoging wordt rekenkundig afgerond op tienden van uren.
Hoofdstuk IV
Artikel 18
Artikel 18
Onderdeel van Besluit algemene rechtspositie politie· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 14 november 2024