**1.** In afwijking van artikel 33b, tweede lid, wordt ten aanzien van aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan geen onderscheid gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren; deze aanspraak vervalt op 1 januari 2021.
**2.** Onverminderd artikel 33d, eerste lid, kan het in dat artikellid bedoelde gezag op verzoek van de rechterlijk ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie-uren die vóór 1 januari 2016 is ontstaan, met ten hoogste 22 vakantie-uren per kalenderjaar verlagen. Deze verlaging wordt vermenigvuldigd met de voor de rechterlijk ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.
**3.** Op een verzoek als bedoeld in het tweede lid beslist het gezag niet dan nadat hij hierover advies heeft ingewonnen bij de functionele autoriteit.
**4.** Bij toepassing van het tweede lid is artikel 33d, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel VI van Stb. 2016/501 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk 3a › § 3a.1
Artikel 33fa
Artikel 33fa
Onderdeel van Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017