Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 4.2

Artikel 34d

Artikel 34d

Onderdeel van Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2010

1. Een disciplinaire maatregel wordt niet opgelegd dan nadat de rechterlijk ambtenaar in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze schriftelijk of mondeling naar voren te brengen. 2. Van het mondeling naar voren brengen van de zienswijze wordt een proces-verbaal opgemaakt dat wordt ondertekend door de betrokken rechterlijk ambtenaar en door degene te wiens overstaan de zienswijze naar voren wordt gebracht. Weigert de rechterlijk ambtenaar het proces-verbaal te ondertekenen, dan wordt daarvan, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Aan de rechterlijk ambtenaar wordt een afschrift van het proces-verbaal verstrekt. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheden worden uitgeoefend door het gezag dat krachtens artikel 34c bevoegd is tot het opleggen van de desbetreffende disciplinaire maatregel, met dien verstande dat deze bevoegdheden worden uitgeoefend door Onze Minister indien het opleggen van de disciplinaire maatregel, bedoeld in artikel 34c, vierde lid, bij koninklijk besluit geschiedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel