Tenzij anders is bepaald, worden de in deze paragraaf bedoelde bevoegdheden uitgeoefend door het gezag, dat krachtens de wet bevoegd is tot benoeming in het ambt dat de betrokken rechterlijk ambtenaar vervult, met dien verstande dat niet wordt beslist onderscheidenlijk een voordracht wordt gedaan dan nadat de functionele autoriteit hierover heeft geadviseerd dan wel het voorstel hiervoor heeft gedaan.
Artikel VI van Stb. 2016/501 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk 4 › § 4.4
Artikel 35
Artikel 35
Onderdeel van Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017