Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 4.4

Artikel 36

Artikel 36

Onderdeel van Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017

De rechterlijk ambtenaar kan worden ontslagen op grond van: ongeschiktheid voor het vervullen van zijn ambt of het ambt waarvoor hij wordt opgeleid, anders dan wegens ziekte; het verlies van een bij wettelijk voorschrift gesteld vereiste voor benoeming in het door hem vervulde ambt; een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij hij onder curatele is gesteld of wegens schulden is gegijzeld; een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij hij wegens misdrijf is veroordeeld tot een vrijheidsstraf; het bij of in verband met indiensttreding of keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de rechterlijk ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld; of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Artikel VI van Stb. 2016/501 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Rechtspraak bij dit artikel