**1.** Aan de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar die heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond van dit hoofdstuk opgelegde verplichting, kan op grond hiervan ontslag worden verleend.
**2.** Ontslag als bedoeld in het eerste lid gaat niet eerder in dan na het verstrijken van een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de dag van ontslagverlening.
**3.** Ontslag als bedoeld in het eerste lid wordt verleend door het gezag dat krachtens de wet bevoegd is tot benoeming in het ambt dat de betrokken rechterlijk ambtenaar laatstelijk heeft vervuld, met dien verstande dat niet wordt besloten onderscheidenlijk een voordracht wordt gedaan dan nadat de functionele autoriteit hierover heeft geadviseerd dan wel het voorstel hiervoor heeft gedaan.
Hoofdstuk 4a
Artikel 36z
Artikel 36z
Onderdeel van Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2010