De gevallen waarin de Dienst bevoegd is om de kadastrale aanduiding van onroerende zaken en appartementsrechten te wijzigen en de grootte van percelen opnieuw vast te stellen, bedoeld in artikel 111, eerste lid, van de wet, zijn:
de gevallen waarin vernieuwing van de kadastrale kaart plaatsvindt, waarbij deze op een andere kaartschaal wordt gebracht;
de gevallen waarin de indeling in kadastrale gemeenten wijzigt.
Hoofdstuk 10
Artikel 40
Artikel 40
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 16 juli 2005