Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.08

Lichten van alleenvarende motorschepen

Onderdeel van Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 1994

1. Een alleenvarend motorschip moet voeren: een toplicht op het voorschip in de lengte-as van het schip op een hoogte van tenminste 5 m. Deze hoogte mag worden verminderd tot 4 m, indien de lengte van het schip niet meer dan 40 m bedraagt; boordlichten op gelijke hoogte en in een lijn loodrecht op de lengte-as van het schip en tenminste 1 m lager dan het toplicht; een heklicht op het achterschip in de lengte-as van het schip op een zodanige hoogte, dat het goed zichtbaar is voor een ander schip dat het schip oploopt. 2. Een alleenvarend motorschip mag een tweede toplicht voeren achter het toplicht op het voorschip in de lengte-as van het schip en tenminste 3 m hoger, zodanig dat de horizontale afstand tussen de beide lichten tenminste driemaal de verticale afstand bedraagt. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een klein schip.

Rechtspraak bij dit artikel