**1.** Een schip dat direct of indirect aan de oever gemeerd ligt moet voeren:
een wit gewoon rondom schijnend licht aan de zijde van het vaarwater op een hoogte van tenminste 3 m.
**2.** Een klein schip dat stilligt, met uitzondering van de bijboot van een schip, moet voeren:
een wit gewoon rondom schijnend licht waar dit het best kan worden gezien.
**3.** De in dit artikel bedoelde lichten behoeven niet te worden gevoerd door een schip
dat ligt in een gedeelte van de vaarweg, aangewezen door de bevoegde autoriteit;
dat ligt in een gedeelte van de vaarweg waar varen niet mogelijk dan wel verboden is;
dat direct of indirect aan de oever gemeerd ligt en vanwege aldaar aanwezige verlichting voldoende zichtbaar is;
dat op een veilige ligplaats ligt.
**4.** Dit artikel is niet van toepassing op de schepen, bedoeld in artikel 3.27.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.20
Lichten van stilliggende schepen
Onderdeel van Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1994