Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.20

Lichten van stilliggende schepen

Onderdeel van Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 1994

1. Een schip dat direct of indirect aan de oever gemeerd ligt moet voeren: een wit gewoon rondom schijnend licht aan de zijde van het vaarwater op een hoogte van tenminste 3 m. 2. Een klein schip dat stilligt, met uitzondering van de bijboot van een schip, moet voeren: een wit gewoon rondom schijnend licht waar dit het best kan worden gezien. 3. De in dit artikel bedoelde lichten behoeven niet te worden gevoerd door een schip dat ligt in een gedeelte van de vaarweg, aangewezen door de bevoegde autoriteit; dat ligt in een gedeelte van de vaarweg waar varen niet mogelijk dan wel verboden is; dat direct of indirect aan de oever gemeerd ligt en vanwege aldaar aanwezige verlichting voldoende zichtbaar is; dat op een veilige ligplaats ligt. 4. Dit artikel is niet van toepassing op de schepen, bedoeld in artikel 3.27.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel