**1.** De te gebruiken geluidsseinen zijn de volgende:
zeer korte stoot: geluidssein met een tijdsduur van ongeveer een kwart seconde;
korte stoot: geluidssein met een tijdsduur van ongeveer 1 seconde;
lange stoot: geluidssein met een tijdsduur van ongeveer 4 seconden;
klokslag: sein met de scheepsklok.
De tijdruimte tussen twee opeenvolgende stoten bedraagt ongeveer 1 seconde. Een reeks zeer korte stoten wordt gevormd door ten minste 6 stoten, elk durende ongeveer een kwart seconde waarbij de tijdruimte tussen de opeenvolgende stoten ongeveer een kwart seconde bedraagt.
**2.** Geluidsseinen, niet zijnde klokslagen, moet
een motorschip, met uitzondering van een klein schip, geven door middel van een mechanisch werkende geluidsinstallatie die voldoende hoog is opgesteld en vrij staat naar voren en voor zover mogelijk ook naar achteren, die goed functioneert;
een schip, niet zijnde een motorschip, en een klein motorschip geven door middel van een mechanisch werkende geluidsinstallatie dan wel een geschikte scheepstoeter of hoorn.
**3.** Een motorschip moet gelijktijdig met een geluidssein een geel helder rondom schijnend lichtsein tonen. Dit lid is niet van toepassing op een klein schip en het geldt niet voor klokslagen of reeksen klokslagen.
**4.** Bij een samenstel mogen de geluidsseinen slechts worden gegeven door het schip aan boord waarvan zich de schipper van het samenstel bevindt.
**5.** Een schip moet een reeks klokslagen ongeveer vier seconden doen duren.
**6.** Een schip mag in plaats van een reeks klokslagen een reeks slagen van metaal op metaal geven.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.01
Algemene bepalingen
Onderdeel van Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1994