Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.13

Keren

Onderdeel van Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 1994

1. Een schip mag slechts keren, nadat het zich er van heeft vergewist, dat, het tweede en derde lid in aanmerking genomen, dit zonder gevaar kan geschieden en zonder dat andere schepen worden genoodzaakt hun koers of hun snelheid plotseling en in sterke mate te wijzigen. 2. Indien daardoor een ander schip zou worden genoodzaakt zijn koers of zijn snelheid te wijzigen, moet het schip dat wil keren dit tijdig tevoren aankondigen door het geven van: één lange stoot gevolgd door één korte stoot, zo het over stuurboord wil keren, één lange stoot gevolgd door twee korte stoten, zo het over bakboord wil keren. 3. Het andere schip moet dan voorzover nodig en mogelijk zijn koers of zijn snelheid wijzigen om het keren zonder gevaar te kunnen doen geschieden. 4. Tussen een klein schip en een ander schip zijn de voorgaande leden niet van toepassing. Tussen kleine schepen onderling zijn van de voorgaande leden alleen het eerste en het derde lid van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel