**1.** De deelname aan deze regeling eindigt van rechtswege indien het bevoegd gezag geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking zoals bedoeld volgens de criteria die worden gehanteerd bij het arbeidskostenforfait van de loon- en inkomstenbelasting meer aan het personeelslid betaalt.
**2.** Bij beëindiging van de dienstbetrekking, daaronder begrepen het overlijden van het personeelslid, geeft het personeelslid danwel zijn nagelaten betrekkingen aan het bevoegd gezag aan of de gespaarde bedragen, met behoud van de opname mogelijkheid als genoemd in artikel 8, eerste lid, onder b, en c., op de spaarloosrekening zullen blijven staan zolang de in artikel 8, eerste lid, onder a, genoemde termijn nog niet is verstreken danwel dat gespaarde bedragen zullen worden opgenomen.
**3.** Indien gespaarde bedragen volgens het tweede lid worden opgenomen geschiedt dit in overleg met het bevoegd gezag, teneinde te bewerkstelligen dat overeenkomstig artikel 22 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen tot loonheffing krachtens de Wet op de loonbelasting, alsmede tot de inhouding van premies ingevolge de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Werkloosheidswet en de Ziektewet, danwel hetgeen daarmee overeenkomst, kan worden gekomen. Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Spaarloonregeling politiepersoneel Justitie· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1994