In dit besluit wordt verstaan onder:
de Minister, hoofd van het betrokken ministerie, met uitzondering van de Minister van Defensie;
de persoon die zich wendt tot de vertrouwenspersoon, dan wel een klacht over seksuele intimidatie indient bij de klachtencommissie;
de persoon tegen wie de klacht is gericht;
ongewenste seksuele toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag van seksuele aard waarbij tevens sprake is van een van de volgende punten:
onderwerping aan dergelijk gedrag wordt hetzij expliciet hetzij impliciet gehanteerd als voorwaarde voor de tewerkstelling van een persoon;
onderwerping aan of afwijzing van dergelijk gedrag door een persoon wordt gebruikt of medegebruikt als basis voor beslissingen die het werk van deze persoon raken;
dergelijk gedrag heeft het doel de werkprestaties van een persoon aan te tasten en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving te creëren, dan wel heeft het gevolg dat de werkprestaties van een persoon worden aangetast en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Klachtenregeling seksuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 12 augustus 1994