Naar hoofdinhoud

Deel I › Paragraaf I

Artikel 3.01

Begripsbepalingen en toepassing ( Bijlage 3: schets 1)

Onderdeel van Rijnvaartpolitiereglement 1995· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998

1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: toplicht: een wit krachtig licht dat schijnt over een boog van de horizon van 225° en wel aan elke zijde van het schip van recht vooruit tot 22°30' achterlijker dan dwars en dat slechts over deze boog zichtbaar is; boordlichten: een groen helder licht aan stuurboordszijde en een rood helder licht aan bakboordszijde, die elk schijnen over een boog van de horizon van 112°30' achterlijker dan dwars en die slechts over deze boog zichtbaar zijn; heklicht: een wit helder of gewoon licht, dat schijnt over een boog van de horizon van 135° en wel aan elke zijde van het schip over 67°30' van recht achteruit en dat slechts over deze boog zichtbaar is; rondom schijnend licht: een licht dat schijnt over een boog van 360°. 2. Wanneer het zicht dit vereist, moeten de voor des nachts voorgeschreven lichten ook des daags worden gevoerd. 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt: een duwstel, waarvan de grootste lengte en de grootste breedte niet meer dan 110 m respectievelijk 12 m bedragen, beschouwd als een alleenvarend motorschip van dezelfde afmetingen, en een gekoppeld samenstel, waarvan de grootste lengte meer dan 140 m bedraagt, beschouwd als een duwstel van dezelfde lengte. 4. Een schetsmatige weergave van de bij dit hoofdstuk voorgeschreven tekens is opgenomen in bijlage 3 van dit reglement.

Rechtspraak bij dit artikel