**1.** Een varende niet-vrijvarende veerpont moet des nachts voeren:
een wit helder rondom schijnend licht op een hoogte van ten minste 5 m boven het vlak door de inzinkingsmerken. Deze hoogte mag echter worden verminderd, indien de lengte van de veerpont 15 m niet overschrijdt;
een groen helder rondom schijnend licht ongeveer 1 m boven het onder a bedoelde licht.
**2.** De het meest bovenstrooms gelegen ankerschuit of drijver van een varende veerpont aan een langskabel moet des nachts zijn voorzien van een wit helder rondom schijnend licht, ten minste 3 m boven het wateroppervlak.
**3.** Een varende vrijvarende veerpont moet des nachts voeren:
de bij het eerste lid van dit artikel voorgeschreven lichten;
de bij artikel 3.08, eerste lid onder b en c, voorgeschreven lichten.
Deel I › Paragraaf II › Subparagraaf II.A
Artikel 3.16
Tekens van varende veerponten ( Bijlage 3: schetsen 34, 35, 36)
Onderdeel van Rijnvaartpolitiereglement 1995· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1995