Onverminderd de bijzondere voorwaarden die overeenkomstig artikel 1.21 kunnen worden opgelegd, moeten drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen bij het stilliggen des nachts van alle zijden zichtbare witte gewone lichten voeren, in voldoende aantal om hun omtrekken van de zijde van het vaarwater herkenbaar te maken.
De in de eerste volzin voorgeschreven lichten hoeven niet te worden gevoerd, wanneer aan de voorwaarden van artikel 3.20, derde lid, onderdeel b of c, is voldaan.
Deel I › Paragraaf II › Subparagraaf II .B
Artikel 3.23
Tekens van drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen bij het stilliggen (Bijlage 3: schets 47)
Onderdeel van Rijnvaartpolitiereglement 1995· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2009