Naar hoofdinhoud

Deel I › Hoofdstuk 6 › Paragraaf V

Artikel 6.26

Doorvaren van schipbruggen

Onderdeel van Rijnvaartpolitiereglement 1995· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1995

Onverminderd de artikelen 6.07, 6.08 en 6.24 gelden voor het doorvaren van een schipbrug de volgende bepalingen: een alleenvarend motorschip in afvaart, met uitzondering van een klein schip, mag een alleenvarend motorschip binnen een afstand van 1 km boven de schipbrug niet voorbijlopen. Alle andere schepen mogen elkaar binnen een afstand van 2 km boven de schipbrug niet voorbijlopen; een schip mag bij het doorvaren van de schipbrug niet sneller varen dan voor een veilige besturing noodzakelijk is en het moet zoveel mogelijk het midden van de doorvaartopening houden; een opvarend schip mag binnen een afstand van 100 m beneden de schipbrug niet stilhouden; een schip mag geen ankers uitzetten, kettingen laten slepen, trossen laten vieren, aan de oever meren of door welke andere handeling ook schade veroorzaken aan de verankeringen van de schipbrug.

Rechtspraak bij dit artikel