Het vaandel bestaat uit:
Een doek van oranje zijde, lang en breed 60 cm, omzoomd met gouden franje. Langs vier zijden van het doek is geborduurd een doorlopende oranjetak. Het vaandeldoek is omgeven met een rand van goudgalon, breed 11 mm, de omzoming met gouden franje aangevuld met gouden torsaden op onderlinge afstand van 25mm. Voorts op de voorzijde in goud geborduurd een gekroonde "B"; de kroon in de kleuren volgens het Koninklijk Wapen, onder de "B" de benaming "Garderegiment Grenadiers en Jagers". De in artikel 2 genoemde opschriften worden in goud beborduurde letters aangebracht aan de zijde van het doek waarop de naam van het Garderegiment staat. "Tiendaagse Veldtocht 1831" middenboven, "Ypenburg en Ockenburg 1940" in de linker bovenhoek en "West-Java 1946-1949, Oost-Java 1947-1949" in de rechter bovenhoek. Op de achterzijde van het doek in kleuren geborduurd het Koninklijk Wapen, doch zonder de daarbij behorende mantel, omgeven door twee met een lint samengebonden takken, ter linker zijde van het wapen een eikentak, ter rechterzijde een lauwertak.
Een zwarte essenhouten stok, waarvan het gedeelte, boven het doek uitkomende, voorzien is van een eikenkrans, waarop een langwerpig voetstuk met een rustende leeuw, houdende een opgeheven zwaard. Aan de stok zijn bevestigd twee van gouddraad gevlochten vaandelkwasten met losse bouillons aan een, eveneens van gouddraad gevlochten koord met horizontale schuifpassant. De lengte van de stok bedraagt tot aan het voetstuk waar de leeuw op rust, 2,50 m. Op de korte zijden van het voetstuk een gekroonde "B", op de beide lange zijden de woorden "Koningin en Vaderland", omgeven door een slang. Leeuw, voetstuk en krans zijn van verguld koper.
Het Metalen Kruis, vrijhangend aan het bijbehorende lint, dat een lengte heeft van 30 cm en dat bevestigd is aan de stok ter hoogte van de eikenkrans.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Besluit toekenning vaandel aan het Garderegiment Grenadiers en Jagers· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 6 april 1995