Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 36

Vervangende kentekencard en tenaamstellingscode

Onderdeel van Kentekenreglement· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 4 juli 2026

1. De aanvraag van een vervangende kentekencard of een vervangende tenaamstellingscode geschiedt bij de Dienst Wegverkeer door degene die als tenaamgestelde in het kentekenregister is geregistreerd. 2. De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat bij de aanvraag van een vervangende kentekencard de te vervangen kentekencard wordt ingeleverd alsmede dat een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs wordt overgelegd. 3. Wanneer een vervangende kentekencard of tenaamstellingscode wordt aangevraagd voor een voertuig waarover een aantekening, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onder b, van het Besluit erkenningen wegverkeer, in het kentekenregister is opgenomen, verlangt de Dienst Wegverkeer toestemming voor het verzenden van de vervangende kentekencard of tenaamstellingcode van het erkende bedrijf voorbehoud en verplichtingen dat het voertuig in eigendom heeft. In dat geval kan de Dienst Wegverkeer bepalen dat de vervangende kentekencard of de tenaamstellingscode naar het erkende bedrijf of een door deze aangewezen persoon worden gezonden. 4. De aanvraag van een vervangende tenaamstellingscode geschiedt onder overlegging van een bij ministeriële regeling aangewezen legitimatiebewijs. 5. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op een kentekencard die hoort bij een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel