1. 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  2. 2. Als standplaats in de zin van dit besluit wordt aangemerkt:
    • - a. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is zijn taak uit te oefenen in een gebied waarin meerdere regionale eenheden van de politie de politietaak uitvoeren, dan wel in het gehele land: de gemeente van vestiging van de werkgever;
    • - b. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd is zijn taak uit te oefenen in het gebied waarin één regionale eenheid van de politie de politietaak uitvoert:
      • - 1°. de gemeente waar hij zijn hoofdwerkzaamheden verricht, dan wel
      • - 2°. een gekozen gemeente uit de gemeenten, waarin hij werkzaam is.
  3. 3. In dit besluit wordt verstaan onder het College van procureurs-generaal: het College van procureurs-generaal, bedoeld in artikel 130 van de Wet op de rechterlijke organisatie.
  4. 4. In dit besluit wordt verstaan onder:
    • - a. toezichthouder: de hoofdofficier van justitie, bedoeld in artikel 36, tweede lid;
    • - b. direct toezichthouder: degene, die op grond van artikel 36, derde lid, als direct toezichthouder is aangewezen.

    De (direct) toezichthouder is geen toezichthouder bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht.