Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van paragraaf 1a van hoofdstuk 2 van deze wet en vervolgens telkens na vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de orde.
Bij Stb. 2002/366 zijn in de artikelen V en VI bepalingen
betreffende de toepassing gepubliceerd.
Hoofdstuk 2 › § 1a
Artikel 23z
Artikel 23z
Onderdeel van Rijksoctrooiwet 1995· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2003