De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop:
de afvalstoffen ter verwijdering worden afgegeven; dan wel
de afvalstoffen binnen de inrichting waarin deze afvalstoffen zijn ontstaan, worden verwijderd; dan wel
de geldigheidsduur van de beschikking, houdende toestemming tot overbrenging, is verlopen, en zes kalendermaanden zijn verstreken sinds de maand waarin de verklaring, bedoeld in artikel 16, onderdeel e, van de EVOA, is ontvangen, dan wel ontvangen had moeten zijn, voor alle afvalstoffen die met toepassing van de toestemming zijn overgebracht uit Nederland.
Wordt tot 1 januari 2022 niet toegepast ten aanzien van de
overbrenging van afvalstoffen uit Nederland met toepassing van een
ingevolge Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement
en de Raad van 14 juni betreffende de overbrenging van afvalstoffen
(PbEU 2006, L 190) bij beschikking verleende toestemming tot
overbrenging van afvalstoffen uit Nederland die is verleend vóór 25
oktober 2018.
Hoofdstuk IV › Afdeling 3
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Wet belastingen op milieugrondslag· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019