**1.** Degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 56, onderdeel I, van deze wet beroepsmilitair of gewezen beroepsmilitair is in de zin van de Amp-wet, en die kiest voor de verlaging van de pensioenbijdrage, bedoeld in artikel F 6c, tweede lid, van de Amp-wet, dient voor 1 december 1994 zijn keuze op de voorgeschreven wijze kenbaar te maken.
**2.** Degene die na het in het eerste lid bedoelde tijdstip, maar voor 1 januari 1995 beroepsmilitair in de zin van de Amp-wet wordt, dient de in het eerste lid bedoelde keuze terstond bij de aanvang van de dienstverhouding waaraan die hoedanigheid wordt ontleend, op de voorgeschreven wijze kenbaar te maken.
**3.** Ten aanzien van degene op wie het eerste of tweede lid van toepassing is, gaat de verlaging van de pensioenbijdrage, bedoeld in artikel F 6c van de Amp-wet, in per 1 januari 1995.
**4.** In afwijking van het eerste lid en van artikel F 6c van de Amp-wet wordt degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 56, onderdeel I, van deze wet beroepsmilitair of gewezen beroepsmilitair is in de zin van de Amp-wet en de leeftijd van 58 jaar reeds heeft bereikt, met ingang van 1 januari 1995 in aanmerking gebracht voor de in artikel F 6c, tweede lid, van de Amp-wet bedoelde verlaging van de pensioenbijdrage, met behoud van de aanspraak op de aanvulling, bedoeld in artikel E 6, zesde lid, van die wet.
§ 12
Artikel 82
Artikel 82
Onderdeel van Wet financiële voorzieningen privatisering ABP· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1994