Bij een overeenkomstig artikel 25, tweede lid, van de wet verricht depot wordt een schriftelijke verklaring van de bewaargever gevoegd, inhoudende:
een uiteenzetting omtrent de omstandigheden alsmede de eigenschappen van het biologisch materiaal die van belang zijn voor het kweken, de opslag, de hantering en de levensvatbaarheid van het biologisch materiaal;
een aanduiding van de methode waarmee de aanwezigheid van het biologisch materiaal kan worden vastgesteld;
een identificatieaanduiding en, zo mogelijk, de wetenschappelijke beschrijving en de voorgestelde taxonomische aanduiding van het biologisch materiaal.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de rijkswet houdende
wijziging van de Rijksoctrooiwet, de Rijksoctrooiwet 1995 en de
Zaaizaad- en Plantgoedwet ten behoeve van de rechtsbescherming van
biotechnologische uitvindingen in werking treedt.
Hoofdstuk 2 › § 6
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Rijksoctrooiwet 1995· Intellectuele eigendom
Deze tekst geldt sinds 20 november 2004