Naar hoofdinhoud

Artikel 4a

Artikel 4a

Onderdeel van Wet voorkoming misbruik chemicaliën· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Het is verboden een stof die op grond van het tweede lid is aangewezen, in te voeren, uit te voeren, te vervoeren of voorhanden te hebben. 2. De aanwijzing van een stof als bedoeld in het eerste lid, geschiedt bij ministeriële regeling, van Onze Minister van Justitie en Veiligheid mede namens Onze Minister, indien: is gebleken dat een stof, niet zijnde een geregistreerde stof als bedoeld in Verordening nr. 273/2004 en Verordening nr. 111/2005, kan worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen; en geen legale toepassing van de stof bekend is. 3. De aanwijzing van een stof als bedoeld in het tweede lid vervalt van rechtswege indien een aangewezen stof wordt geregistreerd op grond van Verordening nr. 273/2004 of Verordening nr. 111/2005. Hiervan wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Rechtspraak bij dit artikel