Naar hoofdinhoud

Artikel III

Beleid ten aanzien van overtredingen WVZ

Onderdeel van Bekendmaking beleid overtredingen Wet ziekenhuisvoorzieningen· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 22 september 1995

Mede namens de Staatssecretaris stel ik u er hierbij van in kennis dat het in de hierboven genoemde circulaire weergegeven en door mij gevoerde beleid inzake overtredingen van de verbodsbepalingen van de WZV, onverkort zal worden voortgezet. Bij overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de WZV, alsmede de sinds 30 december 1994 van kracht zijndeTijdelijke Wet uitbreiding werkingssfeer artikel 18 WZV geldt het volgende: Indien het vermoeden bestaat dat één of meer voorschriften, gesteld bij of krachtens de WZV, zijn overtreden, zal dit door één van de, ingevolge het Besluit van de Minister van Justitie van 25 november 1971 (Stcrt. 1971, 238) voor de opsporing aangewezen regionale inspecteurs zo spoedig mogelijk ter kennis worden gebracht aan één van de in het Besluit toezicht WZV aangewezen functionarissen (Stcrt. 1979, 152, zoals dit is komen te luiden ingevolge het wijzigingsbesluit van 12 juli 1989, Stcrt. 140 en van 31 mei 1991, Stcrt. 117) en aan de desbetreffende departementale functionarissen. Ingeval van een vermoeden, als hiervoor vermeld onder 1., zal door de desbetreffende toezichthoudende departementale functionaris onmiddellijk mededeling worden gedaan aan het College voor ziekenhuisvoorzieningen (hierna te noemen ’College’), Zorgverzekeraars Nederland, het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg (COTG) en – in geval van academische ziekenhuizen ook – aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC en W). Het College zal eveneens om advies worden gevraagd. Vervolgens zal het bestuur van de betrokken instelling worden gevraagd binnen veertien dagen een schriftelijke reactie te geven, waarin een toelichting wordt gegeven omtrent het vermeende feit. Indien reeds sprake is van bouw kan het bestuur worden opgelegd deze onmiddellijke stop te zetten. Ook het doen treffen van andere maatregelen kan worden opgelegd. Indien, op basis van de door het bestuur verstrekte informatie, het vermoeden van een overtreding niet wordt weggenomen, zal de voor het toezicht aangewezen departementale ambtenaar de desbetreffende regionale inspecteur verzoeken een onderzoek in te stellen. Deze laatste maakt hierover een verslag op, dat aan mij wordt uitgebracht. Een dergelijk verzoek kan, voor wat betreft de bouwtechnische aspecten, zonodig eveneens aan het College worden gedaan. Voorts kan een (daartoe aan te wijzen) accountant verzocht worden een nauwgezet boekenonderzoek in te stellen bij de desbetreffende inrichting en mij daarvan rapport uit te brengen. Op grond van artikel 21, eerste lid van de WZV, is een ieder verplicht aan dergelijke onderzoeken medewerking te verlenen en volledige en juiste informatie te verschaffen. Indien op basis van het ingestelde onderzoek kan worden geconcludeerd dat sprake is van een overtreding van één of meer voorschriften, gesteld bij of krachtens de WZV, zal ik – in overleg met de in het Besluit toezicht WZV aangewezen functionaris(sen) – besluiten of aangifte wordt gedaan bij het OM. Dit besluit wordt bekendgemaakt aan het bestuur van de betreffende instelling voor gezondheidszorg. In gevallen waarin – blijkens een veroordeling – daadwerkelijke overtreding onherroepelijk is komen vast te staan, zullen het COTG en – voor zover van toepassing – de Minister van OCenW worden verzocht ervoor zorg te dragen dat de bouw- en/of exploitatiekosten terzake en eventuele andere kosten, die uit de overtreding voortvloeien, niet in het budget worden doorberekend dan wel niet worden meegenomen bij de tariefonderhandelingen en – voor wat betreft het Ministerie van OCenW – niet in de rijksbijdrage worden meegenomen zolang een vergunning (nog) niet is verleend. Tevens zal via perspublikaties bekendheid worden gegeven aan het gepleegde delict en de daarop betrekking hebbende aan de ziekenhuisvoorziening opgelegde sanctie dan wel te treffen voorziening. Indien een aanvraag om een verklaring of vergunning is ingediend en bij de beoordeling van de aanvraag blijkt dat de gevraagde voorziening inmiddels is gerealiseerd, zal de aanvraag, onverminderd het gestelde onder de punten 5 en 6, conform de betreffende WZV-procedure worden afgewerkt. Zo al tot vergunningverlening kan worden overgegaan, wordt deze echter niet eerder verleend dan op het tijdstip waarop de financiële ruimte voor het desbetreffende bouwinitiatief is gereserveerd. Indien, als gevolg van een gekozen oplossing, het noodzakelijk is dat de erkenning voor de desbetreffende instelling dient te worden aangepast, gaat deze in beginsel niet eerder in dan de datum van de vergunningafgifte, behoudens voor artikel 18 WZV-functies. Voor meer informatie over de inhoud van deze circulaire kunt u terecht bij de Directie Financieel Beleid en Planning van mijn departement (070-3407219).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel