**1.** Een voorstel tot verlening van een onderscheiding aan een persoon, woonachtig in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, wordt gericht aan de raad van ministers van Aruba, Curaçao, respectievelijk Sint Maarten.
**2.** De raad van ministers zendt het voorstel aan de Gouverneur.
**3.** De Gouverneur zendt het voorstel met zijn advies aan het Kapittel voor de civiele orden, genoemd in artikel III van de rijkswet van 15 april 1994 tot wijziging van de wet van 4 april 1892, houdende instelling van de Orde van Oranje-Nassau, en de wet van 29 september 1815, houdende instelling van de Orde van de Nederlandse Leeuw, alsmede instelling van het Kapittel voor de civiele orden (Stb. 1994, 350).
**4.** Het Kapittel zendt het voorstel met zijn advies aan Onze Minister wie het aangaat. Het Kapittel houdt de stukken die betrekking hebben op de voorbereiding van zijn adviezen ter beschikking van Onze Minister wie het aangaat.
**5.** Onze Minister wie het aangaat doet de voordracht voor het koninklijk besluit tot verlening van de onderscheiding. Indien de voordracht meer dan een minister aangaat, wordt het koninklijk besluit tot verlening van de onderscheiding gezamenlijk voorgedragen.
**6.** Indien Onze Minister wie het aangaat het advies van het Kapittel niet overneemt, legt deze het voorstel met het advies van het Kapittel voor aan de rijksministerraad, die over de voordracht besluit.
**7.** Van elk besluit omtrent een voorstel tot verlening van een onderscheiding wordt door Onze Minister wie het aangaat opgave gedaan aan het Kapittel.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Hoofdstuk III
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010