Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › § 2

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Reglement op de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 15 april 1996

1. De in artikel 7 genoemde versierselen met lint kunnen in een verkleinde vorm worden gedragen in plaats van de in artikel 7 genoemde onderscheidingstekens. 2. Leden van de Orde die een uniform dragen kunnen het draagteken in de vorm van een bâton van 27 bij 11 millimeter dragen. Indien de graad van Ridder Grootkruis, Grootofficier of Commandeur is verleend, wordt op de bâton een rozet met daarachter een balk als bedoeld in artikel 7, respectievelijk onderdeel a, onder 3°, onderdeel b, onder 3°, en onderdeel c, onder 2°, bevestigd. Indien de graad van Officier, dan wel Ridder is verleend, wordt op de bâton een rozet respectievelijk een kleine zilveren kroon bevestigd. Werkt terug tot en met 1 augustus 1995.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel