**1.** Indien daartoe naar het oordeel van het bestuur van de regionale loodsencorporatie aanleiding bestaat, kan in individuele gevallen in beperkende zin worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 11.
**2.** Indien een registerloods gedurende een door het bestuur van de regionale loodsencorporatie vast te stellen termijn geen reizen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b en c, van de Loodsenregisterverordening heeft gemaakt op een scheepvaartweg of een gedeelte daarvan, waarvoor hij krachtens deze verordening een bevoegdheid heeft, kan dat bestuur de bevoegdheid van die registerloods voor die scheepvaartweg of een gedeelte daarvan overeenkomstig beperken. Deze beperking kan door het bestuur eveneens geheel of gedeeltelijk worden beëindigd.
Voor het beëindigen van een beperking kan het bestuur nadere voorwaarden stellen ten aanzien van ervaring en vaardigheid.
**3.** In de gevallen als bedoeld in artikel 3, derde lid, kan het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie de termijnen genoemd in de artikelen 5 tot en met 10 voor de betrokken registerloods lager vaststellen. Deze vaststelling wordt zoveel moge- lijk afgestemd op de als registerloods reeds elders verkregen bevoegdheid.
Hoofdstuk 2
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Bevoegdhedenverordening registerloodsen 1995· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2020