Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Bevoegdhedenverordening registerloodsen 1995· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2020

1. Tot het regionale loodsstation Delfzijl behoren de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet (Stb. 1988, 352), onder punt I, nummer 1. 2. Tot het regionale loodsstation Harlingen behoren de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt I, de nummers 2, – althans de Vlierede, en 3 – althans de trajecten tussen Vlierede, Terschelling, Vlieland, Harlingen, Kornwerderzand, en de trajecten tussen die gebieden of plaatsen en Den Oever, Oude Schild en de Rede van Texel. 3. Tot het regionale loodsstation Den Helder behoren de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt I, de nummers 2, – althans de Rede van Texel en 3, – althans de trajecten tussen de Rede van Texel, Oude Schild, en Den Oever, en de trajecten tussen die gebieden of plaatsen en Kornwerderzand en Harlingen en de Vlierede, alsmede de trajecten van en naar de loodskruispost IJmuiden, Maasmond en Stortemelk. 4. Tot het regionale loodsstation IJmuiden/Amsterdam behoren de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt II, alsmede de trajecten tussen de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt II.1, en de loodskruisposten Maasmond en Steenbank, de rede van Den Helder. 5. Tot het regionale loodsenstation Rijnmond behoren de volgende gebieden: Gebied I: Van de scheepvaartwegen genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt III: de Nieuwe Maas boven de Erasmusbrug tot kilometerraai 991,7, de Hollandsche IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel, de Koningshaven, de Oude Maas tussen de Dordtse Spoorbrug en de Spijkenisserbrug, de Dordtse Kil, de Krabbegeul, het Mallegat, het Hollands Diep met inbegrip van het Zuid Hollands Diep bewesten de Moerdijkbruggen tot aan Noordschans met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan of in voornoemde scheepvaartwegen. Gebied II: Van de scheepvaartwegen genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt III: de territoriale zee alsmede de trajecten van deze scheepvaartweg naar en van de loodskruisposten Steenbank, Wandelaar en IJmuiden, de Maasgeul en de Eurogeul, de Maasmond, de Nieuwe Waterweg tot kilometerraai 1028, het Breeddiep, het Beerkanaal, het Yangtzekanaal, het Calandkanaal en het Hartelkanaal met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan of in voornoemde scheepvaartwegen. Gebied III: Van de scheepvaartwegen genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt III: de territoriale zee alsmede de trajecten van deze scheepvaartweg naar en van de loodskruisposten Steenbank, Wandelaar en IJmuiden; de Maasmond, de Maasgeul, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas beneden de Erasmusbrug, de Oude Maas beneden de Spijkenisserbrug met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan of in voornoemde scheepvaartwegen. Gebied IV: De Nieuwe Maas boven kilometerraai 991,7, de Oude Maas bovenstrooms de Dordtse Spoorbrug, de Noord, de Rietbaan, het Spui, de Beningen, de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam, het Wantij, het Hollands Diep bewesten Noordschans, het Haringvliet, het Vuile Gat, de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije, het Volkerak, het Slijkgat, het Schelde-Rijnkanaal aan de noordzijde begrensd door het Volkerak en aan de zuidzijde begrensd door de Kreekraksluizen met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan voornoemde scheepvaartwegen. Gebied Va: De aanloop en de haven van Scheveningen. Gebied Vb: De passage van de Calandbrug. 6. Tot het regionale loodsstation Scheldemonden behoren de volgende gebieden: Gebied VI: De scheepvaartwegen van de reguliere loodskruisposten Wandelaar en Steenbank naar Vlissingen rede, met inbegrip van de rede van Oostende en de rede van Zeebrugge, en de loodskruisposten Maasmond en IJmuiden. Gebied VII: De Westerschelde ten westen van de meridiaan over de lichtopstand van Margarethapolder, met inbegrip van Vlissingen rede en de met de Westerschelde in open verbinding staande havens en voorhavens. Gebied VIII: De Westerschelde ten oosten van de meridiaan over de lichtopstand van Margarethapolder, en de Beneden Zeeschelde met inbegrip van Antwerpen rede en de hiermee in open verbinding staande havens en voorhavens. Gebied IX: Het Kanaal van Gent naar Terneuzen en alle hieraan gelegen havens en ligplaatsen. Gebied X: De Oosterschelde, het Veerse meer, het Kanaal door Zuid-Beveland, de Zuid Vlije, het Noord Volkerak, het Kanaal door Walcheren vanaf Veere tot de ingang van het Arnekanaal, de Schelde-Rijn-Verbinding en de scheepvaartwegen van de reguliere loodskruispost Steenbank tot de Roompotsluis, met inbegrip van alle met de voorgaande scheepvaartwegen in open verbinding staande havens en voorhavens. Gebied XI: De binnenhavens van Vlissingen. Gebied XII: Het Kanaal door Walcheren van Vlissingen tot 100 m noord van de ingang van het Arnekanaal. 7. De scheepvaartwegen, aangewezen krachtens artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet, behoren tot het regionale loodsstation, waaraan zij door de algemene raad zijn toebedeeld. De aanloop van Scheveningen en de haven van Scheveningen behoren tot het regionale Ioodsstation Rijnmond. Het Schelde-Rijnkanaal, aan de noordzijde begrensd door het Volkerak en aan de zuidzijde begrensd door de Kreekraksluizen behoort zowel tot het regionale loodsstation Rijnmond als tot het regionale loodsstation Scheldemonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel