**1.** De fractievoorzitters ontvangen voor de duur van hun voorzitterschap per jaar een toelage gelijk aan 1,2% van de vergoeding, bedoeld in artikel 4, en een toelage gelijk aan 0,4% van deze vergoeding voor elk lid dat de fractie buiten de fractievoorzitter telt. De toelagen tezamen bedragen ten hoogste 6,4% van de vergoeding, bedoeld in artikel 4.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid stelt de voorzitter vast:
het aantal leden van een fractie;
de duur van het fractievoorzitterschap.
Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Hoofdstuk II
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Wet vergoedingen leden Eerste Kamer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 26 juni 1997