**1.** Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede, eveneens geheel vrije, stemming overgegaan.
**2.** Indien daarbij wederom niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt een derde stemming gehouden over de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd.
**3.** Mocht toepassing van het bepaalde in het vorige lid niet kunnen plaatshebben doordat twee of meer personen een gelijk aantal stemmen op zich hebben verenigd, dan wordt eerst door afzonderlijke stemming uitgemaakt wie van hen in herstemming komt (komen).
Hoofdstuk VII › Paragraaf
Artikel 116
Artikel 116
Onderdeel van Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 6 juni 1995