**1.** Alle leden van de Kamer hebben het recht aanwezig te zijn tijdens inbrengvergaderingen. Zij worden aldaar in de gelegenheid gesteld vragen te stellen en opmerkingen te maken met betrekking tot het voorstel waarvoor deze vergadering werd samengeroepen.
**2.** Alle leden, niet lid of plaatsvervangend lid van de commissie, worden tot de overige commissievergaderingen toegelaten voor zover de aard van de vergadering zich niet tegen aanwezigheid van anderen dan leden of plaatsvervangende leden van de commissie verzet.
**3.** De Voorzitter heeft toegang tot alle vergaderingen van de commissies. Voor zover hij van deze commissies geen deel uitmaakt heeft hij daarin een raadgevende stem.
Hoofdstuk III › Paragraaf
Artikel 43
Artikel 43
Onderdeel van Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 6 juni 1995