**1.** Indien bij toepassing van artikel 41, tweede en derde lid, twee of meer commissies een gezamenlijke inbrengvergadering houden, wordt het voorzitterschap van de vergadering waargenomen door de voorzitter die het langst zitting heeft in de Kamer. Bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
**2.** Bij ontstentenis van de in het eerste lid genoemde voorzitter treedt als voorzitter op een van de overige voorzitters, aan te wijzen met overeenkomstige toepassing van het eerste lid.
**3.** Bij ontstentenis van elk der voorzitters treedt als voorzitter op een met overeenkomstige toepassing van het eerste en tweede lid aan te wijzen ondervoorzitter.
**4.** Het tweede lid van artikel 37 is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk III › Paragraaf
Artikel 47
Artikel 47
Onderdeel van Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 6 juni 1995