Op de berekening van een eenmalige uitkering als bedoeld in artikel XVIII, vierde lid, van de Wet zijn artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt verdisconteerd de afbouw in de aanspraak op het wachtgeld onderscheidenlijk in de Uitkeringsregeling 1966.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Besluit ex artikel XVIII Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren (wijziging bezoldigingsstructuur)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 28 juni 1995