Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Kapitaalverzekeringen overeengekomen met de eigen BV· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 10 augustus 1995

Het komt veelvuldig voor dat levensverzekeringen waarbij een kapitaal bij leven en/of overlijden is verzekerd (hierna: de kapitaalverzekering) door directeuren/grootaandeelhouders (hierna: digra’s) worden gesloten met hun eigen besloten vennootschap (hierna: de BV). Met betrekking tot die kapitaalverzekeringen en voorgenomen kapitaalverzekeringen zijn mij vele vragen gesteld door digra’s en hun adviseurs. Daaruit is naar voren gekomen dat de onderhavige kapitaalverzekeringen velerlei verschijningsvormen kennen en dat de BV’s doorgaans ook andere activiteiten ontwikkelen. De daarmee gepaard gaande onzekerheid over de fiscale behandeling van de individuele gevallen alsmede de wijzigingen van het wettelijke regime met betrekking tot het begrip levensverzekering op 1 januari 1992 hebben voor mij de aanleiding gevormd onderstaand richtsnoer voor de uitvoeringspraktijk te ontwikkelen. Met nadruk merk ik op dat de door mij in paragraaf 5 ontwikkelde richtlijnen voor de beoordeling of daadwerkelijk een kapitaalverzekering is overeengekomen, niet een dwingend doch een regulerend karakter hebben. Indien de feiten en omstandigheden van een concreet geval stroken met die richtlijnen, is een nader onderzoek naar het realiteitsgehalte van de kapitaalverzekering overeengekomen met de BV in het algemeen niet noodzakelijk. Indien de feiten en omstandigheden niet overeenkomen met de richtlijnen – en men geen gebruik wenst te maken van de in paragraaf 11 gegeven mogelijkheid tot aanpassing daaraan – is niet op voorhand duidelijk of een reële kapitaalverzekering is overeengekomen; er zou bij voorbeeld in wezen sprake kunnen zijn van een spaarvorm of een betaling die als informele kapitaalstorting dient te worden aangemerkt. Voor de beoordeling daarvan is alsdan een nader onderzoek noodzakelijk.

Rechtspraak bij dit artikel