Indien de kapitaalverzekering met de BV is aan te merken als een levensverzekering in fiscale zin is vervolgens de vraag aan de orde of de verzekering elementen bevat die tussen onafhankelijke derden niet zouden zijn overeengekomen en of deze elementen zijn terug te voeren op een bewuste bevoordeling van de aandeelhouder door de BV (uitdeling). Zoals hiervóór in paragraaf 5 gesteld, ligt een actuariële berekening van de verzekerde uitkeringen en de verschuldigde premies ten grondslag aan een reële kapitaalverzekering met de BV. Deze actuariële berekening houdt in dat er, op basis van gekozen grondslagen, een gelijkwaardigheid (equivalentie) bestaat tussen de contante waarde van de uitkeringen en kosten enerzijds en de contante waarde van de premies/koopsommen anderzijds. Indien sprake is van een lage rekenrente (tariefrente) voorzien de verzekeringen vaak in een vorm van winst- of overrentedeling.
Met betrekking tot winstdelingen merk ik op dat deze naar mijn oordeel uiteraard kunnen voortvloeien uit de rendementen die door de BV worden behaald met de ter zake van de overeenkomst ontvangen premies. Voor zover winstdelingen zijn terug te voeren op winsten die door de BV uit andere hoofde zijn gemaakt, is naar mijn oordeel sprake van een uitdeling van winst aan de aandeelhouder. Deze uitdeling wordt naar mijn oordeel genoten op het tijdstip dat de winstdeling onderdeel gaat uitmaken van de rechten uit de overeenkomst.
Ter voorkoming van misverstand zij opgemerkt dat indien de onderhavige winstdeling uiteindelijk nog wordt uitgekeerd in de vorm van de overeengekomen kapitaalsuitkering, daarop het regime voor kapitaalsuitkeringen naar mijn oordeel niet van toepassing is. Enig vrijstellingsregime in de sfeer van de kapitaalverzekeringen is niet aan de orde. Een eventuele oprenting van de onderhavige aanspraak op winstdeling dient, behoudens toepassing van de rentevrijstelling, tot het inkomen te worden gerekend. Zekerheidshalve dient de rente-aangroei telkenjare tot het inkomen te worden gerekend; vergelijk hetgeen ik in paragraaf 6 hiervóór heb medegedeeld over het tijdstip van genieten.
Met betrekking tot rendementen door de BV behaald op de verzekeringspremies merk ik op dat het naar mijn oordeel te ver zou voeren indien die rendementen ten volle in de vorm van winstdelingen onderdeel gaan uitmaken van de rechten uit de kapitaalverzekering. Dergelijke rendementen worden door professionele verzekeraars evenmin ten volle op die wijze aangewend. Een onafhankelijk optredende BV zou evenmin een verzekeringsovereenkomst aangaan waarop geen winst zou zijn te behalen. Naar mijn oordeel is geen sprake van een uitdeling indien de onderhavige rendementen tot ten hoogste 90% onderdeel gaan uitmaken van de verzekerde rechten. Evenmin zijn uitdelingsaspecten aanwezig in een winstdeling die is gebaseerd op een algemeen marktrentecijfer, zoals het zogenoemde CBS-rendement of het t-rendement. In alle gevallen acht ik het noodzakelijk dat de BV een minimum van 0,5% van de beleggingswaarde als eigen behoud in aanmerking neemt.
Voor zover door de BV bij het aangaan van de kapitaalverzekering een rendementsgarantie wordt gegeven die uitgaat boven hetgeen op dat tijdstip in de markt haalbaar is, dienen de inspecteurs inzoverre de contante waarde van het bovenmatige rendement op dat tijdstip als uitdeling aan te merken.
Op deze wijze wordt weliswaar vooruitgelopen op het bovenmatige rendement dat is gegarandeerd op nog toekomstige premies, maar bedacht dient te worden dat de digra op deze wijze een eenzijdig uit te oefenen recht heeft verworven.
Artikel 7
Uitdelingsaspecten
Onderdeel van Kapitaalverzekeringen overeengekomen met de eigen BV· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 10 augustus 1995