Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf 1

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Financiële verordening Loodswezen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2012

1. De vergoedingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden jaarlijks door de algemene raad nader vastgesteld aan de hand van de daarvoor relevante en door de door de ledenvergadering van de Nederlandse Loodsencorporatie aangewezen accountant gevalideerde gegevens in de administraties en jaarrekeningen van de samenwerkingsverbanden alsmede van de gemeenschappelijke exploitatie van de samenwerkingsverbanden. Deze jaarlijkse nadere vaststelling bestaat uit een voorlopige vaststelling en een definitieve vaststelling. 2. Iedere voorlopige vaststelling vindt plaats op basis van de vergoedingen van het jaar voorafgaande aan het jaar van deze vaststelling. Deze vergoedingen worden aangepast: door de factor gemiddelde duur in uren van de betreffende verrichting, bedoeld in het model zoals vermeld als ‘Ugem_ver’ in de tot deze verordening behorende bijlage III, te herberekenen, door de begrote uren, zoals deze zijn vastgesteld door de algemene raad in het tariefvoorstel als bedoeld in artikel 27c van de Loodsenwet voor het desbetreffende jaar, in het voornoemde model te verwerken; door de uitkomsten van de herberekening als bedoeld onder a te indexeren als bedoeld in artikel 4; en de hieruit voortvloeiende hoogte van de vergoedingen te vermenigvuldigen met de factor bestaande uit de verwachte landelijke som van arbeidsvergoedingen voor het desbetreffende jaar zoals opgenomen in het tariefvoorstel als bedoeld in artikel 27c van de Loodsenwet te delen door de uit de onderdelen a en b berekende voortvloeiende landelijke som van de arbeidsvergoedingen. 3. De voorlopige vaststellingen vinden plaats in het boekjaar voorafgaande aan het boekjaar waarin deze vaststellingen gelden. De aldus voorlopig vastgestelde vergoedingen gelden met ingang van het boekjaar volgend op het jaar waarin deze voorlopige vaststelling heeft plaatsgevonden. 4. De definitieve vaststelling vindt plaats binnen vier maanden na afloop van het betreffende boekjaar, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste zeven maanden op grond van bijzondere omstandigheden. De definitieve vaststelling vindt plaats op basis van de werkelijke uren en de som van de arbeidsvergoedingen, als bedoeld in de door de algemene raad opgenomen financiële verantwoording als bedoeld in artikel 27j, eerste lid van de Loodsenwet over het betreffende jaar. De aldus definitief vastgestelde vergoedingen vervangen de voorlopige vastgestelde vergoedingen voor het betreffende jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel