Naar hoofdinhoud

Artikel 1

De praktijk ingevolge de Belemmeringenwet Privaatrecht tot op heden

Onderdeel van Gewijzigde procedure ingevolge de Belemmeringenwet Privaatrecht· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 16 oktober 1995

Sedert het verschijnen van het Rondschrijven van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 24 december 1971, no. HW/ROO 82 133, gericht aan de colleges van Gedeputeerde Staten in de provincies, betreffende de versnelling van de procedure bij toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrecht, worden de verzoeken om toepassing van deze wet rechtstreeks ingediend bij de dagelijkse besturen van de provincies. Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie vervullen vervolgens een coördinerende rol in de te doorlopen procedure en brengen uiteindelijk verslag en advies uit aan de Minister van Verkeer en Waterstaat. Nadat ook andere departementen (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, dan wel Economische Zaken), de hoofdingenieur-directeur in de betrokken regionale directie van de Rijkswaterstaat, alsmede in voorkomende gevallen de hoofdingenieur-directeur van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling van hun adviezen hebben doen blijken, kan vervolgens ter hoofddirectie na toetsing aan de wettelijke criteria de ministeriële beschikking, houdende oplegging van de gedoogplicht, worden voorbereid en genomen. De taak van de regionale directie van de Rijkswaterstaat is derhalve tot op heden materieel beperkt tot het uitbrengen van advies aan de Directeur-Generaal van de Rijkswaterstaat naar aanleiding van de ingevolge artikel 2, vierde lid, der wet gehouden zitting. Hierbij wordt aangetekend dat de Regeling Mandaat Rijkswaterstaat 1994, in tegenstelling tot de daaraan voorafgaande regeling, toepassing van deze wet niet meer uitzondert van mandaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel